deelculaire economie

Het was in 1973 toen Premier Joop den Uyl in een toespraak op Tv het Nederlandse volk vertelde dat het nooit meer zou worden zoals het was geweest na de tweede wereldoorlog : als gevolg van de ‘olieboycot’ die Nederland had getroffen waren de prijzen van olie (grondstof) met wel 70 % gestegen en was de economie ernstig aangetast geraakt.

In datzelfde jaar kwam het boek “ grenzen aan de groei “ uit met daarin alarmerende berichten over de almaar uitdijende wereldbevolking in relatie tot schaarser wordende grondstoffen.

Weer 15 jaar later werd, naar aanleiding van de Bruntland conferentie het rapport ‘Our common future’  gepubliceerd met daarin de aanbeveling aan politici en beleidsmakers om te sturen op een economie die zodanig was ingericht dat voorraden niet zouden worden uitgeput en vooral : “ dat volgende generaties geen hinder zouden ondervinden van het handelen van de generatie die hen was voorgegaan ”.

Dat sprak veel mensen aan, maar hoe kon de economie groeien en tegelijkertijd de aanspraak op grondstoffen worden verminderd ?

Een van de eerste initiatieven om de doelstelling te realiseren was de cradle2 cradle beweging van William McDonough & Michael Braungart.  Braungart was chemicus en maakte zich zorgen om het verschijnen van steeds meer materialen –kunststoffen – die waren ontstaan na de synthese van verschillende grondstoffen die dan niet meer konden worden teruggewonnen en die meestal ook de eigenschap hadden niet meer te kunnen worden hergebruikt of gerecycled.  Dat had geleid tot de Cradle 2 Cradle ontwerp- filosofie. Afgezien van Herman Miller, een fabrikant van dure burostoelen, die het succesvol toepaste, werd er niet veel meer van gehoord, mede vanwege het probleem van de hierboven genoemde onomkeerbaarheid alsook de inzameling.

Een nieuw concept  Thomas Rau pakte de handschoen jaren later weer op met een nieuw concept : ‘ de  deelculaire economie’ : deel economie en circulaire economie in één. Op de site van de organisatie Turntoo®, die daarvoor werd opgericht, wordt een en ander als volgt verwoord:

“ economie is de georganiseerde relatie tussen mens en natuur. Deze relatie voorzien wij van een nieuwe systeemarchitectuur. “

Dat zou knap zijn na 1000den jaren handel.  In de praktijk komt het erop neer dat de producent, gedurende de gehele cyclus  eigenaar blijft van het product.  Die neemt het product weer terug als het kapot is of afgeschreven, wint de grondstoffen terug uit de materialen en maakt er nieuwe producten van. Zo wordt de gehele cyclus van grondstoffen tot product en weer terug volledig gesloten en wordt het inzamel – probleem opgelost. Volgens het concept kun je bij Philips licht bestellen of een koelkast. Klinkt leuk, alleen er ontbreken wat schakeltjes in de ketting. Bijvoorbeeld dat veel grondstoffen nooit meer terugkomen in de keten omdat ze omgezet zijn in irreversibele materialen, verbrand of verdampt.  ( irreversible |ɪrɪˈvəːsɪb(ə)ladjective : not able to be undone or altered ) Dat soort materialen, waar Braungart zich zorgen over maakte, komen er steeds meer. 

Universel Verklaring voor de rechten van het Materiaal .  Een ander opvallend project van Turntoo is ‘De Universele Verklaring voor de Rechten van het Materiaal’. Thomas Rau zegt hierover :

  “ Dat mensen rechten hebben vinden we inmiddels een vanzelfsprekendheid. Maar welke rechten zijn er eigenlijk voor de materialen die ons leven mogelijk maken? Daarover is niets vastgelegd. Daar gaan wij wat aan doen “.

 Na mensenrechten, dierenrechten nu ook materiaalrechten.

Onlangs werd, na vele maanden de nieuwe Ministerraad voorgesteld en desgevraagd benadrukten de bewindslieden die duurzaamheid in hun portefeuille hadden gekregen, dat het hen vooral ging om het inpassen van duurzaamheid in de doelstelling voor groei van de economie.  Maar economische groei is in tegenspraak met duurzaamheid.  Immers duurzaam betekent ‘volhoudbaar’ volgens de definitie van het Brunland rapport.  Waarschijnlijk is het bouwen van 1000den funderingen voor windmolens  met relatief schaars (scherp )zand, uiteindelijk niet volhoudbaar of  het bouwen van miljarden accu ’s met zeldzame grondstoffen ( zie artikel ).  Ook niet omdat in veel gevallen de natuur en het milieu ernstige schade wordt toegebracht en last but not least er niet zelden kinderarbeid aan te pas komt en mensen worden uitgebuit.  De definities van ‘ Our common future’ werden door de politici en beleidsmakers zodanig vertaald, dat ze voldeden aan de juridische normen voor duurzaam en economie.  Daardoor is het nu bijvoorbeeld mogelijk om hout uit Amerikaanse bossen, duurzaam en ethisch verantwoord, te verbranden in elektriciteitscentrales en warmtecentrales. Ook al kost dat meer energie en is de CO2 uitstoot hoger.

Misschien dat die Universele Verklaring voor de Rechten van Materialen nog niet zo’n gek idee is bij nader inzien.  Wellicht dat dan hout, grondstoffen en materiaal eindelijk rechten krijgen die ze verdienen: veel grondstoffen veelal die, als gevolg van de bouw van windmolens en installaties voor duurzame productie van energie, snel schaars worden.

links :

over het kappen van bossen in Amerika “Pulp fiction”

http://reports.climatecentral.org/pulp-fiction/2/#section-1

Staatsbosbeheer : hout is handel .

https://www.biobasedpress.eu/2012/10/staatsbosbeheer-wood-is-competitive/

Schaarste aan gronstoffen

Es gibt zu wenig Rohstoffe: Traum vom Elektroauto könnte platzen

 

 

de kantelklok

Lang geleden bezochten we in de Grote kerk van Amsterdam een tentoonstelling over tijdmeting.

In het begin werd de tijd gemeten met kaarsen, zandlopers, waterklokken en  zonnewijzers, later met mechanische klokken en uiteindelijk met de atoomklok. Telkens waren er verbeteringen geweest als gevolg van technologische ontwikkelingen die voortkwamen uit ontdekkingen in de Wetenschap.   In dit artikel introduceer ik de ‘kantelklok’  zoals hierboven afgebeeld. Die tikt mee terug het ‘kantel-tijdperk’ in dat werd ingeluid door professor ‘ Kantel’

De ‘kantel’ beweging, staat een ‘paradigma shift‘  voor, waarbij, via een ‘(energie)- transitie’, fossiele brandstoffen worden ‘uitgefaseerd ‘, landbouw en veeteelt (weer ) biologisch worden en de productie van goederen ‘circulair’ en ‘biobased’.  Woningen en gebouwen en zelfs hele steden (Utrecht ) worden ‘energie-neutraal’ in 2050 en we zullen, voorzover dat nog nodig zal zijn, alleen nog hernieuwbare energie gebruiken. Gas aansluitingen, zoals we die nu nog kennen, bestaan niet meer.   Zo tenminste, kunnen wij lezen in kranten, zien en horen op ‘sociale media’,  TV en radio.

De ideeën worden breed gedragen. Voor de komende verkiezingen hebben vrijwel alle politieke partijen het onderwerp  ‘duurzame samenleving’ prominent in hun programma’s opgenomen en de overheid stimuleert bedrijven met subsidies.

Op dit moment bezitten 2 miljard mensen een ‘smartphone’. Op elkaar gestapeld een berg van 16.000 kilometer.  “Smart” is een understatement voor het wonderdoosje waarmee ook kan worden getelefoneerd.  Er kunnen foto’s en filmpjes mee worden gemaakt van hoge kwaliteit. Verder zit er een computer in, die een rekenkracht en geheugencapaciteit heeft, die de eerste mainframe- computers, die zo groot  waren als een balzaal, vele malen overtreft. Muziek van een complete bibliotheek op het geheugen wordt hifi weergegeven. Met een GPS- ontvanger kan op elke plek van de aarde de positie worden getoond op een internet browser.   De werking van de satellieten is gebaseerd op de atoomklok, die de tijd meet in nanoseconden ( miljardste deel van een seconde )

De kantelklok van professor ‘Kantel’ loopt niet meer vooruit, maar achteruit: terug naar een ‘fossiel arme’ en weer ‘biobased’ wereld.  Wellicht, bij nader inzien misschien toch niet zo’n fijn idee. Vooral niet voor de meisjes en jongens van nu, die opstaan met de smartphone en ermee naar bed gaan. En niet alleen zij: 2 miljard wereldburgers hangen 24 /7 aan het energie- infuus.

Gaandeweg tikt de kantelklok ons welvarende digitale leventje weg, dat verantwoordelijk was geweest voor een explosieve stijging van het energie gebruik vanaf  de 50 er jaren :  vraag naar elektrische energie 16 keer groter dan in 1950.   De volgende fase in het digitale tijdperk,  het ‘internet of things’  (Big Data ) , dat de vraag naar elektrische energie, nóg sneller dan ooit, zou hebben opgestuwd, kon gelukkig net op tijd een halt worden toegeroepen door de kantelbeweging. 

Onverstoorbaar marcheert de beweging voort o.l.v ‘professor Kantel’ .  Al terugtikkend komt de klok, via de laserdiode, de CD, het cassettebandje en de LP , langzaam maar zeker weer terug in het analoge tijdperk toen we nog katoenen, linnen en wollen kleding droegen.

Toen was de economie nog geheel ‘biobased’ ;was de productie van goederen nog  hoofdzakelijk écht circulair en veroorzaakte daardoor ook weinig afval. ( lees ook ” is het ‘de’ circulaire economie of circulaire economie )   Synthetische stoffen bestonden nog niet.  Hout was een belangrijke bron voor de productie van de basis – grondstof cellulose, waaruit weer stoffen werden gewonnen voor de productie van een heel scala aan materialen.  Bioplastics bijvoorbeeld!  Polyethyleen en PVC, waren nog niet uitgevonden, maar dat zou niet lang meer duren sinds de kennis van chemie snel was toegenomen.  Daardoor ontstond de mogelijkheid om goedkoop en in  grote hoeveelheden kunststoffen te produceren die het leven van mensen totaal zou veranderen .  ( bakeliet , Terlenka )

Gelukkig werd daarmee de uitputting van natuurlijke grondstoffen een halt toegeroepen, maar volgens de ‘kantel- theorie’, waarbij  “onze ”  ‘ fossiel arme’ en ‘biobased economie zal worden vormgegeven, gaan die juist weer volop worden ingezet.

fabriek voor cellulose in de 50 er jaren

cleantech

Dit is Boy Cleantech, die ervan houdt een klusje te doen als de baas van huis is. Boy is een ondernemend hondje .

Vorig jaar had de VPRO een serie op televisie over ‘ Cleantech’  De naam zegt het al: technologie om de problemen van milieu vervuiling, energie- en grondstoffen schaarste en het  ‘klimaatprobleem’ op te lossen. Vanuit zijn Londense kantoor schetste een investeerder de mogelijkheden voor de toekomst en als voorbeeld was gekozen voor een waterzuiverende water-zak van een Canadese ondernemer. Die had bij een bezoek aan een Afrikaans land ontdekt dat het drinkwater ernstig verontreinigd was geraakt. De oplossing die ze hadden ontwikkeld was een plastic zak waarin het water werd gezuiverd door UV straling, wanneer die aan het zonlicht werd blootgesteld.  Na gebruik werd de zak weggegooid, want die kon maar één keer worden gebruikt.

Bij  de uitleg van de werking van het product, keek de directeur in de camera zoals onze brave Boy ook doet en wie kan zo’n onweerstaanbaar snoetje nu weerstaan. Goed gedaan Boy ! Zal de baas zeggen, ofwel, wie kan er nu tegen zo’n goed plan zijn, zal het publiek in koor roepen.

Maar boy had wel de hele deur gesloopt ! Boy had het symptoom van de dichte deur bestreden door die volledig te slopen. De oorzaak was waarschijnlijk geweest dat de baas de deur had dichtgedaan. Als de deur open was gebleven ,had Boy naar de andere kamer gekund en de deur heel gelaten.

De overeenkomst met de plastic zuiveringszak is duidelijk. Waarom was dat water vervuild, had de eerste vraag moeten zijn.  Nu was het probleem van het vervuilde water ingeruild voor het probleem van afval  en in dit geval wellicht  zelfs giftig afval. wat voor stoffen waren in die plastic zak verwerkt om dat water te zuiveren ? En hoeveel grondstoffen en energie had deze oplossing wel niet gekost ? Was het niet goedkoper geweest het probleem bij de kern aan te pakken ?

Mensen weten natuurlijk wel dat met het wegnemen van de oorzaak ook meestal het probleem is opgelost.  In – wat we primitieve culturen noemen – is het een een magiër of de stam- oudste die geesten kan uitdrijven en ook de problemen oplost. Tegenwoordig gaan we naar de dokter, de psychiater of de coach, die tegen betaling het symptoom bestrijdt met een pilletje of oefeningen. Zo is het ook met de ‘ problemen ‘ van milieu vervuiling, energie- en grondstoffen schaarste en het complete ‘klimaatprobleem’. Cleantech bedrijven gaan die problemen oplossen met het symptoommodel waarmee ze zo bekend zijn.

Wellicht zou het model van ‘wegnemen van de oorzaak’ effectiever zijn geweest, maar dan was er geen business- model geweest en ook geen Cleantech.

Daarom gaan we nu de de ‘plastic soep’ bestrijden door nóg meer plastic te produceren en/of in te zetten op circulaire productie, terwijl productie juist steeds meer lineair (1) wordt.  Zie ook de andere artikelen over deze onderwerpen op deze site.

En daar helpt Boy graag een pootje bij, sinds kort samen met z,n vriendinnetje ,want de zaken gaan goed.

205

 

 

1) Lineaire productie is het omzetten van grondstoffen tot een materiaal, dat daarna niet meer kan worden teruggebracht naar de oorspronkelijke grondstoffen. Beton bijvoorbeeld is zo’n materiaal. Cement, zand en grind harden uit tot beton door toevoeging van een klein beetje water en zal daarna nooit meer zand grind en cement worden. Ook kunststoffen uit de groep ‘thermoharders’ die in grote hoeveelheden worden toegepast voor de fabricage van wieken van windmolens en superlichte fietsen zullen uiteindelijk als afval eindigen .

0 (nul) op de meter

Nul op de meter is meestal geen goed teken, maar voor een ‘ Nul (0) op de meter’-  woning  geldt dat niet. Tenminste, als we mogen geloven wat daar over geschreven wordt op verschillende platformen en de kranten.

‘Nul op de meter’  is de term die geldt voor een woning die energie – neutraal is en geen CO2 uitstoot meer heeft.  Op internet circuleren  verschillende  definities, maar afgaande op de term zou  het gaan om een woning, waarvan de meter  aan het eind van het jaar op 0 staat.  Dat klinkt aantrekkelijk, want dan zal  de rekening vast ook wel 0( nul) zijn.

Een ‘Nul op de meter’ woning is zwaar geïsoleerd en vrijwel volkomen luchtdicht gemaakt, zodat enerzijds warmteverliezen door ‘transmissie’ via muren, dak, vloer en ramen tot een minimum zijn beperkt en anderzijds geen warmte weglekt door kieren.

Volgend belangrijk kenmerk is de warmtepomp voor ruimteverwarming.  Die wordt aangedreven met stroom, die in de zomer wordt opgewekt met zonnepanelen. (PV )

Een warmtepomp is geen verwarmingstoestel zoals een CV – ketel waarin een brandstof – gas – wordt verbrand,  maar een apparaat dat warmte verplaatst ! ( middels een elektrisch aangedreven pomp/compressor ) .  Bij de beoordeling van de prestaties wordt niet gesproken over ‘rendement’, maar over Coëfficient of Performance ( COP ) Het getal, tussen 2 en 5, dat aangeeft, hoeveel keer groter de hoeveelheid thermische energie –warmte – is ten opzichte van de toegevoerde elektrische energie en hangt nauw samen met een goede inregeling van het gehele systeem.

Om de woning te verwarmen zijn, naast de warmtepomp, nodig :

  • een bron
  • vloeren en/of  wanden met daarin opgenomen een warmteafgifte systeem.

Verder zijn er de volgende installaties en voorzieningen nodig:

  • Een ventilatie systeem met bijbehorend buizenstelsel voor aan- en afvoer van respectievelijk verse en afgewerkte lucht in elke ruimte en de afzuigkap in de keuken.
  • Een warmte- terugwin-installatie  die de warmte van de uitblaaslucht terugwint en weer afgeeft aan de inblaaslucht. Vaak wordt een zogenaamde ‘ grondbuis’ toegepast om de temperatuur van de aanvoerlucht constant te houden.
  • In veel gevallen zal het noodzakelijk zijn om een of meerdere airco’s te installeren om te kunnen koelen op warme dagen, als warmte in het huis accumuleert.  Immers, een Nul op de meter huis kan niet even zijn warme jas uitdoen.
  • Een installatie van zonnepanelen en omvormer(s) die opgewekte stroom teruglevert aan het net. (the grid )
  • Een – publiek – netwerk (the grid )  om de opgewekte stroom  te transporteren en later weer op te halen.
  • En tenslotte Gasgestookte elektriciteits- centrales  die in de  Grid zijn opgenomen.  Die gaan langzamer draaien als de zon schijnt ( in de zomer ) en harder als de zon niet of minder schijnt (‘s nachts en in de wintertijd ) Zo fungeren die als ‘buffer’ (= geen opslag ) De stelling is nu, dat wanneer zonnestroom de centrales langzamer doet draaien, er minder fossiele brandstoffen worden verbrand en daarom ook minder CO2 en vervuiling wordt geproduceerd.   Is dat zo?  (1)

wat betekent ‘nul op de meter’   De ‘slimme ‘ meter geeft het  verschil weer tussen de elektrische energie (stroom ) die werd opgewekt met de zonnepanelen en wat weer werd afgenomen van het net ( the grid ).  Als die precies gelijk zijn staat de meter op 0.  Soms  leest men over  gebouwen die zelfs méer elektrische energie aan het netwerk  (the grid) leveren, dan ze afnemen.  Dan betaalt de energieleverancier.

Sommigen beweren dat elektrische energie in de toekomst gratis zal zijn.

Of zal er misschien toch een addertje onder het gras zitten en toch echt de zon alleen gratis opkomt.

Gert Jaap van Ulzen, energie-expert, schreef er een artikel over met een niet mis te verstane titel : ” nul op de meter is nul op de rekening. De bankrekening, wel te verstaan “

nb_32.810x413
‘nul op de meter rijtjeshuis’

Ad 1 : In verschillende studies is aangetoond dat het terug regelen van centrales ten koste gaat van het rendement, waardoor het gebruik van gas juist stijgt en daarmee ook de CO2 uitstoot. ( Cees le Pair )

Met een blik (olie ) op reis

“Nederland,  de vetput van de wereld”, was de titel van een artikel dat onlangs verscheen in ‘follow he Money’ .  Dennis Mijnheer beschrijft daarin de handel in grondstoffen voor biodiesel,  met name die van ‘Used Cooking oil’, zeg maar frituurvet.  Deze behoren tot de zogenaamde ‘tweede generatie’ biobrandstoffen, hetgeen zoveel wil zeggen dat ze geen voedselgewassen zouden verdringen. (1) met name die eigenschap had ertoe geleid dat de Europese commissie daarvoor de zogenaamde ‘ dubbeltelling ‘ had ingevoerd nu ze  erachter was gekomen hoe desastreus haar beslissing om het bijmengen van ‘biodiesel ‘ inmiddels was uitgepakt voor tropische oerwouden én: dat  de beoogde vermindering van de CO2 uitstoot berustte op foute aannames, want biodiesel verbranden levert minimaal evenveel CO2 op als verbranden van gewone dieselolie.

"renewable energy targets may have increased greenhouse gas emissions because the dirtiest biofuels produce three times the emissions of diesel oil, according to the most complete EU analysis yet carried out." ( the guardian )

Economiseren van een afvalproduct als frituurvet, is een beproefd recept gebleken om het tot een waardevol product te maken.  Daarvoor is een ‘argument’ nodig en dat was het  ‘milieu’. wat eerst  nog ‘afval was, werd nu een waardevolle bio-brandstof.  De eerste keer dat het economiseren van afval succesvol werd toegepast was in de 70 er jaren, toen het voeren van varkens met gft afval ( swill ) werd verboden vanwege vermeende gevaren voor de volksgezondheid en de laatste schillenboer met paard en wagen- in Arnhem- met pensioen werd gestuurd.   Daarmee werd de loper uitgerold voor exclusieve partijen die het inzamelen van afval vanaf nu verantwoord en vooral groots gingen aanpakken. Voor hen ‘bestond afval niet’ meer.

Zo was nu ook de  handel in UCO ( Used Cooking Oil ), dat tot voor kort nog werd weggegooid,  big business geworden.  Nederland was te klein om voldoende in te zamelen voor de snel stijgende vraag en daarom werd het nu uit China, India en andere verre (Afrikaanse) landen aangevoerd, waarbij de haven van Rotterdam inmiddels een belangrijke spilfunctie had verworven en de zaken liepen ‘gesmeerd’, zo begrepen we uit het artikel van Ftm.  Wij waren inmiddels erg benieuwd of en in hoeverre er ook werkelijk sprake was van  winst, in termen van de ‘vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen’ en de uitstoot van CO2.   Uiteindelijk was dát het argument geweest voor Brussel om bijmengen van biodiesel verplicht te stellen.

Hoeveel olie zou er, na aftrek van de olie, benodigd voor het doorlopen van alle processtappen in de keten van inzameling, tot en met aflevering bij de pomp,  nog in het blik zitten ?

We doen een poging  om daarachter te komen.

1)We stellen de energie inhoud van een liter- nog ongeraffineerde olie-  gelijk aan en liter dieselolie : 10 kWh/ liter.

2) De afgewerkte spijsolie wordt ingezameld in dorpen en steden en verzameld aan de rand van de stad waar het wordt verpakt in vaten (barrels ) van 159 liter, die vervolgens worden geladen in 20 foot containers, zogenoemde  Twenty Foot Equivalents (TUE’s )  Die gaan op  vrachtwagens naar de haven waar ze worden geladen op een van de grootste containerschepen van de wereld , de

De maersk Mc Kinney Moller dat in 2003 het grootste containerschip van de wereld dat omgerekend 1.404.000 barrel olie zou kunnen vervoeren

Maersk Mc Kinney Moller. Daarop kunnen 18.000 van die containers  worden geladen.  Vanuit Shanghai vaart het enorme schip naar Rotterdam, waar de containers worden gelost en naar de   fabrieken getransporteerd, waar het zal worden geraffineerd tot biodiesel.  Dat wordt – oplopend tot 10 %- bijgemengd met dieselolie en getransporteerd naar pompstations. Het is onmogelijk te achterhalen hoeveel stappen er nodig zijn in de gehele keten en hoeveel olie uit ons blik daarvoor nodig zou zijn. Zelf dachten we  dat er na de reis met  de Maersk Mc Kinney van Shanghai naar Rotterdam al niet veel meer in ons blik zou zitten , maar dat viel best mee.

300px-Hellespont_Alhambra-223713_v2
De Hellespont Alhambra met een capaciteit van 3.166.353 barrel

Volgens opgave van de reder gebruikt het schip een slordige 15.360  liter dieselolie per uur ! Bij een reis van 45 dagen ( 1088 uur) komt het totale brandstofverbruik van het schip dan op 16,7 miljoen liter en dat is, ten opzichte van de 223 miljoen liter die het schip vervoert, maar 70 van de 1000 milliliter in het blik.  Hoe meer olie in een keer wordt vervoerd dus, hoe lager de energie (kosten ) per eenheid.

Maar!  Vergeleken met de Hellespont Alhambra is de Maersk Mc Kinney Moller ineens maar een klein bootje.  Deze Ultra large Crude Oil carrier (ULCC ) kan in een keer maar liefst 3 keer zoveel ruwe olie vervoeren, uiteraard tegen een lager gebruik van brandstof/CO2 uitstoot per eenheid.

Productie Aan de hand van de Cijfers van het CBS over dieselgebruik in Nl alleen, moet ruwweg 700 miljoen liter biodiesel settlingworden geproduceerd. Het proces om van afgewerkte spijsoliën ‘bio ‘ diesel te maken wordt met een mooi woord ‘transesterificatie” genoemd: door verwarming van de olie tot 60 ºC en toevoeging van een katalysator ( KOH , NAOH )  en methanol, wordt de UCO  gescheiden in ca. 60 % bio-diesel en 40 % glycerine.   Methanol zelf is ook een bio-brandstof (voor Otto – benzine – motoren.)  Dus om de ene bio- brandstof te produceren, wordt een  andere bio-brandstof gebruikt, die veelal wordt verkregen uit gewassen waarvoor tropisch oerwoud werd gekapt. ( zie ook het artikel ” eerst het zoet, dan het zuur ” )

Gezien ook dit proces, waar veel energie voor nodig is, lijkt het zeer aannemelijk dat het blik olie al lang leeg zal zijn bij het bereiken van de fabriek.   Vervoer van ruwe olie met een ULCC, direct naar de raffinaderij en van daaruit naar de pomp, zou veel voordeliger zijn geweest en bovendien een lagere CO2 uitstoot hebben veroorzaakt ten opzichte van biodiesel. De Chinezen hadden het gewoon zelf kunnen gebruiken om bijvoorbeeld een lokale warmtecentrale mee te stoken.

ad 1 ) Als de populariteit van bio brandstoffen zou stijgen en de aanvoer van afgewerkte oliën (UCO )  zou stagneren,  dan is het voor de hand liggend dat er gewassen  geteeld zullen gaan worden om  aan de vraag te voldoen .  ( zie ook de energiebibliotheek : ‘grondstoffen ‘.

 

afval bestaat niet meer

Op 17 juni 2015 werd , met 56 tegen 5 stemmen een resolutie aangenomen in het Europese Parlement .  Mochten de voorstellen werkelijk leiden tot wetgeving,  dan zou dat enorme gevolgen hebben voor de  productie – keten,  afval inzameling en verwerking .

CIRCULAR ECONOMY ” SYSTEMIC CHANGE” NEEDED TO ADDRESS RESOURCE SCARCITY.

“It is a vital step for the EU to use resources more efficiently and to reduce our resource dependency and also to bring savings in material costs. Smart ecodesign of products also bears in mind repairing, reusing and recycling products,” said the lead MEP, Sirpa Pietikäinen, after her resolution was adopted by the environment committee by 56 votes to 5, with 5 abstentions.

Hieronder de punten uit de resolutie :

  1. voorkomen van afval
  2. bindende maatregelen mbt reductie van gemeentelijk , commercieel en industrieel afval
  3. invoeren van het ‘betaal als je stort principe “
  4. doelstellingen formuleren om te komen tot recycling en 70 % hergebruik van restafval en 80 % verpakkingen
  5. verbod (strictly limited ) op verbranden van niet recycleerbaar en afbreekbaar afval
  6. bindende maatregelen om storten van afval tegen te gaan.

link naar pagina over ”grondstoffen’ in  de energiebibliotheek

Is het ‘ circulaire economie’ of ‘ dé circulaire economie ‘?

Een ‘circulaire’ is een brief of reclamefolder.

Elke week ploft een pakket met circulaires op de mat van het huis waar ik woon en die gaat linea recta de vuilnisbak in en dan linea recta naar de vuilverbranding . ( waar dan weer een warmtenet aan wordt gehangen ) 

Onlangs heb ik een inzending gestuurd in het kader van de Herman Wijffels Innovatieprijs in de categorie ‘Circulaire economie’. Ik was in 5 minuten klaar, want ik wist natuurlijk heel goed hoe een circulaire economie eruit zou kunnen zien.

Mijn voorstellen zijn niet revolutionair en heel simpel uit te voeren en hoewel ze zouden leiden tot een enorme vermindering van de CO2 uitstoot en een schoner milieu, waar de prijsvraag over ging,  weet ik nu al dat mijn inzending het niet zal halen: niet innovatief  en niet hip.

Regelmatig spreek ik met mijn moeder van 90 jaar over het onderwerp ‘circulaire economie’, want daar kan zij veel over vertellen.

En ik zie het allemaal nog voor me:

Hoe bij ons elke week de schillenboer met paard en wagen door de straat kwam die het gft afval kwam ophalen om aan de varkens te voeren; hoe eens in de zoveel tijd de oud – ijzerboer het oude metaal kwam ophalen en hoe de melkboer elke dag door de straat kwam met zijn knetterende motorkarretje. Bij hem kocht mijn moeder in het begin nog losse melk en later melk in flessen die weer werden opgehaald.  En ja, het oud papier werd opgehaald door de muziekvereniging en kerk die met de opbrengst nieuwe muziekinstrumenten kochten of de kerk lieten restaureren.

Afval bestond niet !

Als we nog verder terug gaan in de tijd;  vóórdat machines hun intrede deden en heel veel zwaar werk van de mensen gingen overnemen , was er nog écht sprake van een ‘circulaire’ economie : ‘afval’  bestond  niet. Niet bepaald een tijd om naar terug te verlangen.  Mensen werkten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat op het land om voedsel te verbouwen. Ze leefden vaak in erbarmelijke omstandigheden en ze haalden vaak de 50 ste verjaardag niet.

Maar tóen was er wel sprake van een ‘ circulaire economie ‘ .  In tegenstelling tot de  economie van nu,  die in steeds sneller tempo gebaseerd wordt op juist  lineaire productie.  

De schillenboer werd in de zeventiger jaren aan de kant gezet. De overheid had bepaald dat de ‘swill’, die hij aan de varkens voerde gevaarlijk was voor de volksgezondheid en dat vanaf dat moment gft afval alleen nog maar door gecertificeerde bedrijven mocht worden ingezameld.  Dit was de eerste sector die onder de marktwerking kwam te vallen.

Sinds die tijd hebben wij een GFT container en elke week komt de vuilnisauto die legen. Onlangs ben ik via een chauffer te weten gekomen dat een vuilnisauto voor elke twee kilometer 1 liter dieselolie verstookt. Al die vuilnisauto’s bij elkaar leggen  honderdduizenden kilometers af ( het locale wegennnet telt 122.000 km ) om het af te leveren bij een van de verwerkingsfabrieken, die er dan “groen” gas en compost van maken.  Gemeenten kopen het groene gas weer terug om de vuilnisauto’s op te laten rijden.   Na een tijdje is ook de compost klaar en kan de burger zijn eigen gft- afval weer terugkopen in een plastic zak.   Dat  gaan ze zaterdag’s met de auto ophalen bij het tuinbedrijf.

De melkboer, kruidenier etc zijn allang uit het straatbeeld verdwenen en producten die niet in een weggooiverpakking worden verkocht zijn zeldzaam. Dagelijks worden miljoenen melkpakken en ( plastic ) flessen, na één keer gebruiken weggegooid.

“Statiegeld is niet meer van deze tijd “,  zei CDA politicus Joop Atsma.

Niet alleen wordt er steeds meer afval geproduceerd, ook komen er steeds meer producten die zijn vervaardigd van materialen die niet hergebruikt kunnen worden of gerecycled en de afvalberg doen groeien. ( wieken van windmolens )

Circulaire economie ?  ” amehoela” zou mijn moeder hebben gezegd.

Maar er zijn grote veranderingen op til. Tenminste, als de voorstellen van de  Finse parlementariër Sirpa Pietikäinen zouden worden aangenomen en geïmplementeerd. :

    Circular economy: “systemic change”  needed to address resource scarcity