biobased

Cellulose is een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt (vooral bomen). De stof zit in veel natuurlijke vezels. Hout bestaat voor een groot deel uit cellulose, maar bevat ook andere stoffen als lignine en hemicellulose. Katoen en watten zijn nagenoeg zuivere cellulose. Cellulose is ook een van de stoffen die zich bevindt in de celwand van planten. Cellulose is slechts een van de polymeren die kunnen worden gemaakt van glucose; andere zijn bijvoorbeeld zetmeel en glycogeen. ( bron wikipedia ) 

Cellulose is het meest voorkomende natuurlijke polymeer. 

Biobased is en steeds vaker terugkerende term. Naast het streven om veeteelt en landbouw- weer- op biologische leest te schoeien, is het streven om ook de bouw en de productie van goederen weer te baseren op het gebruik van natuurlijke grondstoffen. Die worden nu aangeduid met de term ‘biobased’ , in lijn met producten in de voedselindustrie die ‘biologisch’  zijn.  Naast het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen , zoals voorgesteld in de energietransitie ( de kantelklok ) zal dit uiteindelijk moeten leiden tot de duurzame economie van de toekomst.

Tot ongeveer de vijftiger jaren van de vorige eeuw, toen de chemische industrie nog in opkomst was, werd alle kleding gemaakt uit de natuurlijke grondstoffen: katoen, vlas ( linnen ), wol, zijde, melk(caseïne) ,hennep en cellulose.  Die kleding was niet alleen duurzaam omdat ze van deze grondstoffen was vervaardigd, maar ook omdat ze veel langer meeging dan moderne kleding. ( en bovendien veel comfortabeler was )  Nu wordt het straatbeeld gevuld met voor het grootste deel mensen die gekleed gaan in kleding van synthetische garens gemaakt of zelfs gerecyclede petflessen.   In elke ooghoek ontwaren we wel een overheids dienaar, official of werkmens in synthetisch gifgroen, geel of oranje. : moderne bedrijfskleding die oa de oerdegelijke en esthetische Manchester kleding verving.  Wollen, katoenen en linnen kleding wordt alleen nog gedragen door de happy few, die het kan betalen.  Omdát synthetische stoffen zo veel goedkoper geproduceerd konden worden, toen de chemische industrie in de vijftiger jaren die op de markt bracht.  Niet alleen overigens omdat ze veel goedkoper waren, maar ook omdat het gebruiksgemak groot was. (wassen strijken )

Vóordat de synthetische stoffen hun intrede deden, was cellulose – zie hierboven – ongeveer de belangrijkste basis grondstof voor heel veel processen en materialen. In het geval van garens voor de fabricage van kleding was dat ‘ rayon ‘, ofwel kunstzijde dat een goede vervanger was voor echte zijde. ( ENKA )

Het werd verkregen door hout te versnipperen in machines, waarna het werd gescheiden in cellulose en lignine.  Met ingewikkelde en energieverslindende processen werden daaruit heel verschillende andere grondstoffen en materialen gehaald. ( derivaten )  Naast de kunstzijde – Rayon – is celluloid- het eerste ‘bioplastic’  daarvan een van de bekendste.

Regelmatig lezen we nu ronkende aankondigingen van de chemische industrie dat ze een afbreekbaar ‘bioplastic’ hebben ontwikkeld, maar die bestonden juist tóen. Om de simpele reden dat er nog geen synthetische plastics bestonden.  Die zouden daarna echter een snelle opmars gaan maken en nu verwerkt in vrijwel elk product.

Echt bio-based bouwen wordt geassocieerd met  ‘bouwen met stro ‘, maar vooral wordt de term gebruikt omdat het hip is.  Bouwen met stro komt nergens in de bouwhistorie voor. Logisch, want stro was een belangrijke grondstof voor de boer om de mest mee te mengen en later voor de productie van strokarton.  Dát was nog eens een waarachtig ‘biobased’ product, waar modern karton niet aan kan tippen met al zijn toevoegingen van lijm- en kunststoffen (plastics).  De miljarden dozen die daarvan worden gemaakt en waarin onze bestellingen worden verstuurd over de wereld, zullen voor een groot gedeelte op de afvalberg verdwijnen of worden verbrand en daarbij ,in de zomer, veelal nutteloze warmte produceren.

Het toppunt van ‘biobased bouwen’ is de bouw van wolkenkrabbers. Misschien dat architecten toch beter andere materialen dan biobased kunnen toepassen om hun duurzame ontwerpen in uit te voeren.  Dan hebben de bossen in ieder geval al weer een grotere kans te overleven, nu ze ook al worden opgestookt in centrales en gekapt om plaats te maken voor plantages om ‘biodiesel’ te produceren.

“ natuur-‘     steen .

0 (nul) op de meter

Nul op de meter is meestal geen goed teken, maar voor een ‘ Nul (0) op de meter’-  woning  geldt dat niet. Tenminste, als we mogen geloven wat daar over geschreven wordt op verschillende platformen en de kranten.

‘Nul op de meter’  is de term die geldt voor een woning die energie – neutraal is en geen CO2 uitstoot meer heeft.  Op internet circuleren  verschillende  definities, maar afgaande op de term zou  het gaan om een woning, waarvan de meter  aan het eind van het jaar op 0 staat.  Dat klinkt aantrekkelijk, want dan zal  de rekening vast ook wel 0( nul) zijn.

Een ‘Nul op de meter’ woning is zwaar geïsoleerd en vrijwel volkomen luchtdicht gemaakt, zodat enerzijds warmteverliezen door ‘transmissie’ via muren, dak, vloer en ramen tot een minimum zijn beperkt en anderzijds geen warmte weglekt door kieren.

Volgend belangrijk kenmerk is de warmtepomp voor ruimteverwarming.  Die wordt aangedreven met stroom, die in de zomer wordt opgewekt met zonnepanelen. (PV )

Een warmtepomp is geen verwarmingstoestel zoals een CV – ketel waarin een brandstof – gas – wordt verbrand,  maar een apparaat dat warmte verplaatst ! ( middels een elektrisch aangedreven pomp/compressor ) .  Bij de beoordeling van de prestaties wordt niet gesproken over ‘rendement’, maar over Coëfficient of Performance ( COP ) Het getal, tussen 2 en 5, dat aangeeft, hoeveel keer groter de hoeveelheid thermische energie –warmte – is ten opzichte van de toegevoerde elektrische energie en hangt nauw samen met een goede inregeling van het gehele systeem.

Om de woning te verwarmen zijn, naast de warmtepomp, nodig :

  • een bron
  • vloeren en/of  wanden met daarin opgenomen een warmteafgifte systeem.

Verder zijn er de volgende installaties en voorzieningen nodig:

  • Een ventilatie systeem met bijbehorend buizenstelsel voor aan- en afvoer van respectievelijk verse en afgewerkte lucht in elke ruimte en de afzuigkap in de keuken.
  • Een warmte- terugwin-installatie  die de warmte van de uitblaaslucht terugwint en weer afgeeft aan de inblaaslucht. Vaak wordt een zogenaamde ‘ grondbuis’ toegepast om de temperatuur van de aanvoerlucht constant te houden.
  • In veel gevallen zal het noodzakelijk zijn om een of meerdere airco’s te installeren om te kunnen koelen op warme dagen, als warmte in het huis accumuleert.  Immers, een Nul op de meter huis kan niet even zijn warme jas uitdoen.
  • Een installatie van zonnepanelen en omvormer(s) die opgewekte stroom teruglevert aan het net. (the grid )
  • Een – publiek – netwerk (the grid )  om de opgewekte stroom  te transporteren en later weer op te halen.
  • En tenslotte Gasgestookte elektriciteits- centrales  die in de  Grid zijn opgenomen.  Die gaan langzamer draaien als de zon schijnt ( in de zomer ) en harder als de zon niet of minder schijnt (‘s nachts en in de wintertijd ) Zo fungeren die als ‘buffer’ (= geen opslag ) De stelling is nu, dat wanneer zonnestroom de centrales langzamer doet draaien, er minder fossiele brandstoffen worden verbrand en daarom ook minder CO2 en vervuiling wordt geproduceerd.   Is dat zo?  (1)

wat betekent ‘nul op de meter’   De ‘slimme ‘ meter geeft het  verschil weer tussen de elektrische energie (stroom ) die werd opgewekt met de zonnepanelen en wat weer werd afgenomen van het net ( the grid ).  Als die precies gelijk zijn staat de meter op 0.  Soms  leest men over  gebouwen die zelfs méer elektrische energie aan het netwerk  (the grid) leveren, dan ze afnemen.  Dan betaalt de energieleverancier.

Sommigen beweren dat elektrische energie in de toekomst gratis zal zijn.

Of zal er misschien toch een addertje onder het gras zitten en toch echt de zon alleen gratis opkomt.

Gert Jaap van Ulzen, energie-expert, schreef er een artikel over met een niet mis te verstane titel : ” nul op de meter is nul op de rekening. De bankrekening, wel te verstaan “

nb_32.810x413
‘nul op de meter rijtjeshuis’

Ad 1 : In verschillende studies is aangetoond dat het terug regelen van centrales ten koste gaat van het rendement, waardoor het gebruik van gas juist stijgt en daarmee ook de CO2 uitstoot. ( Cees le Pair )

Afval = Energie

In een ecologisch systeem is de kringloop van grondstoffen gesloten.  Sinds  we echter, ergens in de twintiger jaren,  steeds meer kunststoffen of synthetische stoffen  gingen gebruiken ( oa omdat grondstoffen vaak schaars waren of duur ) kwamen er steeds minder grondstoffen terug in de cyclus.  Sindsdien bestaat de term ‘ afval ‘.

De grondstof van kunststoffen is aardolie.  Aardolie wordt schaarser,  maar het gebruik van, met name plastic verpakkingen,  is de afgelopen decennia explosief gestegen en daarmee ook de het gebruik van aardolie en de vervuiling van het milieu en de zee ( plastic soup )
Elke dag weer worden wereldwijd miljarden verpakkingen weggegooid.   Tankers vol met aardolie worden linea recta omgezet in afval, dat vervolgens in het beste geval -door verbranding -voor een gedeelte wordt omgezet in elektriciteit, maar voor een groot gedeelte terecht zal komen op de steeds groter wordende afvalberg.  (landfills)‘

“Disposabels”,  is een mooi woord voor producten die één keer worden gebruikt en daarna  weggegooid.  Denk aan de luchtvaart en medische wereld.

recycling.  Soms kunnen de producten worden gerecycled .  Gedemonteerd en dan weer worden gebruikt als grondstof,  net als in de ecologische kringloop.   Dat  geldt echter alleen voor de plastics die tot de groep van de zogenaamde thermoplasten worden gerekend, zoals  bekertjes, flesjes en allerlei folies.   Niet de groep van thermoharders, die juist populairder wordt.  “Composieten’ tenslotte,  vezelversterkte  thermoharders  zijn zo mogelijk nóg populairder aan het worden, dankzij de eigenschap dat die extreem licht en sterk tegelijk zijn.  Daarom worden bijvoorbeeld  de wieken van  windturbines er van vervaardigd en BMW gaat binnenkort complete auto’s produceren in een speciaal gebouwde fabriek in Amerika, omdat lichte auto’s minder energie gebruiken.

Via allerlei (om)wegen belanden plastics  in de rivieren en de zee  en komen zo weer terecht in de voedselketen.

Energie:  Om een plastic verpakking te maken is maar heel weinig grondstof – bv. polyethyleen – nodig en maar heel weinig energie,  maar voordat de verpakking uiteindelijk via vele omwegen in de verbrandingsoven beland of op de afvalberg,  zijn een groot aantal stappen doorlopen waar energie ( olie ) voor nodig was.

Voorkomen  zou dus moeten worden  dat afval ontstaat.
Minder plastic afval betekent minder vervoersstromen bij de winning van grondstoffen, minder energie en vervuiling bij de productie en minder vervoersstromen bij de distributie – en  inzameling  met als gevolg : minder uitstoot van giftige gassen,  minder CO2 uitstoot en minder landfills en minder ( maatschappelijke ) kosten.

Afval reductie = minder energie = minder uitstoot en = last but not least een besparing op de kosten  in uw organisatie.