Ultieme verspilling

Ultieme vorm verspilling: Het warmtenetwerk icm biomassacentrale  

Utrecht stad heeft het oudste warmtenetwerk2 van Nederland. Met een echt warmtenetwerk kan het hoogst mogelijke rendement worden gehaald op de toegevoerde brandstof dus in het kader van efficiëntie en duurzaamheid het hoogst haalbare. Voorwaarde is dat er een elektriciteitscentrale in de buurt is die de restwarmte 1 levert..

Dat is in veel gemeenten niet het geval en als er wel een centrale is, dan kan het gebeuren dat die gedeeltelijk wordt stilgezet en de warmte wordt geleverd door een biomassacentrale, zoals in Utrecht het geval is. Dan wordt de restwarmte van de Merwede centrale geloosd op het Merwede kanaal en levert in plaats daarvan de biomassacentrale, waarin gedroogde houtchips worden verbrand, de warmte ten behoeve van het warmtenet. Omdat houtchips verbranden duurzaam werd genoemd door Brussel, krijgt ENECO voor het verbranden van 650 ton houtchips per dag in de ‘biomassacentrale van Lage Weide meer geld dan het zou krijgen in ‘ normale ‘ omstandigheden. Het financieel rendement stijgt dus, terwijl het energetisch rendement in de keten van de biomassacentrale en warmtenetwerk dramatisch daalt ten opzichte van de inzet van echte restwarmte. Als de input van energie in de keten wordt verdisconteerd in de energetische verlies- en winstrekening zal blijken dat de CO2 uitstoot vele malen hoger ligt. Alleen al de 64 vrachtwagens waarmee de 640 Ton elke dag worden aangevoerd produceren een enorme hoeveelheid CO2 uitstoot.

De centrale op Lage Weide, die op basis van deze subsidieregeling werd gebouwd door Eneco is niet de enige. In Purmerend staat een biomassacentrale die wordt gevoed met houtchips die Staatsbosbeheer aanlevert. Staatsbosbeheer werd opgericht nadat in de vorige eeuw, als gevolg van de enorme vraag naar cellulose voor oa papierfabricage, bossen ernstig aangetast waren geraakt en de opdracht had gekregen die te herstellen en daarna ‘verantwoord’ te beheren. Maar nu had Staatsbosbeheer ontdekt dat ze geld konden verdienen met het -wederom -verkopen van de bossen. Niet eens meer als timmer – of meubelhout of grondstof voor de plaatindustrie, maar gewoon hup: op het vuur.  ( in 2015 had het KNAW nog een visie -document uitgebracht, opgesteld door oa Louise Vet en Martijn Katan, waarin ze adviseerden vooral in te zetten op het gecascadeerd gebruik van hout ) 

Na het succes van Utrecht was Vattenfall voornemens in Diemen een twee keer zo grote biomassacentrale te bouwen, maar stuitte halverwege de bouw op verzet van bekeerlingen: meest mensen uit Groen Linkse kringen, die in eerste instantie enthousiast de komst van de biomassacentrale hadden toegejuicht, maar achteraf hadden ontdekt dat ze in het pak waren genaaid. Vattenfall stopte met de bouw. In plaats daarvan is ze voornemens het warmtenet  te voeden middels een elektrische mega boiler. Daarbij wordt de elektriciteit opgewekt met windmolens is het verhaal, zodat de subsidies evengoed blijven stromen. Maar omdat windmolens slecht een klein gedeelte van de tijd stroom leveren , zal het grootste gedeelte geleverd blijven worden door de centrale waarbij, net als in Utrecht, de kostbare restwarmte wordt geloosd op het Gooimeer. Dat zal Vattenfall een worst zijn want voor leveranciers van ‘hernieuwbare ‘ energie geldt slechts de financiële winst.  

Ad 1 restwarmte.  Elektrische energie wordt opgewekt met een generator die aangedreven wordt door een stoomturbine, gasturbine of hele grote dieselmotor. ‘warmtemachines’, waarin warmte wordt omgezet in mechanische arbeid. Bij dat proces gaat een groot gedeelte van de energie in de brandstof verloren als warmte. Die warmte heet ‘restwarmte’.  

De term restwarmte wordt door verkopers en bestuurders vaak onterecht gebruikt voor warmtenetwerken die draaien op afval, op houtchips of warmte van een datacentrale of oppervlaktewater middels een warmtepomp.

In veel gevallen wordt de restwarmte van een elektriciteits-centrale geloosd op het oppervlakte water – de reden waarom ze altijd langs rivieren of open water staan opgesteld- maar als zich in de nabije omgeving een woonwijk of kassen bevinden waar de warmte kan worden ingezet voor verwarming, dan kunnen enorme en échte- besparingen op brandstof (gas) en afname van de uitstoot van schadelijke gassen worden gerealiseerd. Ter indicatie: volgens opgave van Wikipedia kon met de restwarmte van de Merwede centrale in Utrecht 100.000 woning equivalenten worden verwarmd.  Op de schaal van ‘besparen’ van 1 tot 10 scoort gebruikmaken van restwarmte , afkomstig van een elektriciteitscentrale een 10 met griffel.   

Voor warmte, afkomstig van een  ‘biomassacentrale ‘ geldt het omgekeerde; die scoort zelfs min -10 omdat in de keten van het kappen van bossen in bv Amerika of Estland , tot aan het verbranden in de centrale de input van energie zo hoog is. Alleen al de energie, benodigd om vers gekapt hout terug te drogen tot ca 12 %, soupeert een groot gedeelte van de energie-inhoud op. Processing en transport vergen eveneens een enorme input van fossiele brandstoffen; in de keten van een biomassacentrale slaat de energiebalans zwaar negatief uit en is de CO2 uitstoot uiteraard ook vele malen hoger tov van direct kolen of gas verbranden.  

Ad2 warmtenetwerk. Een warmtenetwerk is een dubbel stelsel van buizen van vaak 10 tallen kilometers lang. Uit bovenstaande kan men begrijpen dat de warmte- verliezen van zo’n kostbaar buizenstelsel acceptabel zijn wanneer het gaat over ‘restwarmte’ van een elektriciteitscentrale omdat anders de warmte geloosd wordt. In dat geval kunnen de investeringen terugverdiend worden met de verkoop van die warmte waarmee de winst van het bedrijf toeneemt. Het omgekeerde geldt voor warmtenetwerken die gevoed worden met warmte, afkomstig van een biomassacentrale. ( en ook afvalverbranders )  De enorme financiële verliezen daarop worden gecompenseerd met subsidies en afgewenteld op de belastingbetaler . ( sigaar uit eigen doos )

Bekend is inmiddels ook dat de gasprijzen sterk stegen en – omdat de warmteprijs wettelijk is gekoppeld aan de gasprijs – namen de inkomsten van eigenaren van netwerken navenant toe. De ACM – Autoriteit Consumenten Markt, nota bene-   gaf toestemming de tarieven met wel liefst 70 % te verhogen. Hoe de prijs van gas precies tot stand komt en wie er aan de touwtjes trekken laat ik even in het midden, maar naar mijn mening – op basis van de principes, zoals beschreven in het eerdere artikel met verwijzing naar het boek ‘kleptocratie francaise ‘ – was het een vooropgezet plan om de gasprijzen te verhogen, nadát consumenten waren vastgeklonken aan warmteleveranciers zoals Eneco.  

Eneco was het kindje van gemeenten die het bedrijf succesvol vetmestten – niet in de laatste plaats Utrecht – en toen met veel winst verkochten aan Mitsibushi, waardoor het nu deel uitmaakt van de coalitie waarin ook Shell zit.