de lesswatts Post

De energietransitie krant® Objectieve en onafhankelijke berichtgeving over de energietransitie als ultieme verspilling en milieu-vervuiling


pagina 13  <vorige pagina >volgende pagina Inhoudsopgave

  • De waterstofgekte
  • Innovatie en vooruitgang
  • De moestuin
Frits Haber (R)

De waterstofgekte  In het Haber Bosch-procede wordt kunstmest gemaakt door stikstof uit de lucht aan waterstof te binden. (NH3) Zonder kunstmest waren we nooit geboren geworden en was de mensheid nooit in de waanzin van de huidige tijd beland.  De krankzinnigste plannen komen langs in steeds groteskere vorm. Frits Haber was de uitvinder van het Haber Bosch-procede in 1918 en eerder van het mosterdgas. Frits Haber heeft de eer om zowel de redder van de mensheid te zijn en uitvinder van een weerzinwekkend moordwapen.  (Zijn vrouw vond het zo erg dat ze zelfmoord pleegde in de hal van de Academie waar wetenschapper bijeen waren, waaronder Einstein.) De productie van kunstmest vergt ca. 3 % van de wereldwijde gasconsumptie, zo wordt geschat. Het is een zeer energie- intensief proces. Waterstof produceren derhalve zou beperkt moeten zijn en blijven tot wat noodzakelijk is.  Hoe kon het dan toch gebeuren, dat juist het omzetten van fossiele brandstoffen in waterstof werd gepresenteerd als een oplossing voor het ‘probleem’ van fossiele brandstoffen. Het antwoord is simpel: geld.

Het verhaal daarachter vindt zijn oorsprong in de aanbod gestuurde productie van stroom door windmolens. Om de continuïteit van de windmolenindustrie te waarborgen was-is- het noodzakelijk dat er een vorm van opslag van overtollige stroom zou komen/komt. Lang werd nog vastgehouden aan opslag in batterijen, maar toen die zeepbel al snel uiteenspatte greep men weer terug naar waterstof als opslagmedium.  Hoewel energetisch en financieel wellicht nóg dramatischer dan batterijen, sloeg het idee aan bij de mensen.  Inmiddels is het verhaal zo ingebed in het denken ,dankzij de welwillende medewerking van de MSM en de inzet van de aimabele Ad van Wijk van de TU Delft en Nienke Homan, gedeputeerde van de provincie Groningen, dat het tot de Communis opinio ging behoren.   Samen bouwen ze aan het plan om van Groningen de energie Provincie van Nederland te maken op basis van hernieuwbare energie nadat eerder was besloten dat de winning van gas zou worden afgebouwd.  Windmolenparken , gekoppeld aan een waterstof-industrie maakt onderdeel uit van die plannen.  Er kwam een waterstofcoalitie met daarin -nota ben-de Gasunie, Shell, de havens van Rotterdam en Amsterdam en Tata Steel, die, in een stroom van PR, de zegeningen van waterstofgas begonnen uit te dragen.  In Brussel werd waterstof geoormerkt als ‘duurzaam’ waardoor groene miljarden subsidies konden gaan stromen naar de bedrijven. Bovenop de windmolenindustrie werd zo de waterstofindustrie gestapeld : een energetische ramp , maar een festijn voor investeerders en beleggers ( pensioenfondsen )   Voor hen die waren vergeten wat de werkelijke betekenis en definitie van ‘duurzaam ‘ was, nog eens dit fragment uit de slottekst van de Bruntland conferentie -Our Common Future – die in 1987 werd gehouden onder de vorige vlag van de vorige VN. ( Een jaar later zou het  IPCC worden opgericht en de VN een heel andere koers gaan varen ) : ”Duurzame ontwikkeling wordt als volgt gedefinieerd: ” Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen ”.   


Innovatie en vooruitgang

Stel: dat je een land zou bouwen vanaf van het begin.   1) Zou je dan huizen bouwen met zoveel mogelijk materialen of zo min mogelijk; met zoveel mogelijk installaties of zo min mogelijk en met zoveel mogelijk afval of met zo weinig mogelijk. En 2)  Zou je dan auto’s bouwen die zoveel mogelijk kilometers afleggen per eenheid brandstof of juist zo weinig mogelijk. En 3) zou je de elektrische energievoorziening ontwerpen vanuit het streven naar de hoogst haalbare efficiëntie of de laagst haalbare en 4) zou je streven naar een hoge productiefactor* of naar een lage productiefactor en 5 ) zou je het milieu en natuurlijke bronnen beschermen of zou je ze uitputten en 6) Zou je gebruik maken van de Best Available Techniques (BAT) of The Worst Available technique  (WOT)   

Hierboven zie je 2 schema’s. De bovenste van de energievoorziening in het pré energietransitie-tijdperk en het onderste zoals dat wordt uitgerold in het kader van de energietransitie.   In een elektrisch circuit speelt de wet van Kirchhoff de hoofdrol . Die zegt dat op alle knooppunten in het circuit de som van de stromen nul moet zijn.   

Dat in het kader van de energietransitie nu de configuratie wordt gebouwd zoals weergegeven in het tweede schema, komt, omdat in het huidige tijdperk van het post- energie optimum, het woord ‘innovatie’ zijn intrede deed. Geheel in lijn met de toegepaste semantiek in de energietransitie waar eerder ‘duurzaam ‘al verspilling’ ging betekenen, ging efficiëntie ‘inefficiëntie ‘ betekenen, zoals je uit de verschillende schema’s al kunt opmaken. In de techniek geldt doorgaans het adagium ‘keep it simpel stupid ‘, want alles wat niet direct bijdraagt aan de werking van een apparaat of in dit geval energievoorziening , kan bijdragen aan storingen en verlaagt het rendement van het geheel doorgaans.   

Tot de energietransitie zijn intrede deed waren technologische verbeteringen altijd de drijvende kracht geweest achter de vooruitgang.  Een voorbeeld daarvan is de geiser, waarmee, na de uitrol van het unieke Nederlandse gasnet in 1963, in vrijwel alle huizen warmwater werd bereid. Dat was toen al een enorme vooruitgang ten opzichte van het koken van water in een keteltje. Een simpel apparaat dat bestond uit een gasbrander waaromheen een koperen buis was gewikkeld. Daar stroomde dan het koude water doorheen dat zo werd verhit. Het was een zeer inefficiënt apparaat omdat het grootste gedeelte van de warmte verdween in de ruimte. ( in het begin de keuken in ).  Dankzij verbeteringen op het gebied van materialen, (als gevolg daarvan) sterk verbeterde giettechnieken, verbrandingstechnieken en een elektronische besturing, werd uiteindelijk de huidige CV –ketel geboren, die 100% van de brandstof omzet in warmte.  Een CV ketel is aldus een heel goed voorbeeld van hoe verbeteringen kunnen leiden tot energiebesparing.  Was het in deze tijd ontwikkeld geworden, dan zou het aangekondigd zijn als een zéér innovatief apparaat, maar het bestond al. Hetzelfde geldt voor brandstofmotoren (ICE’S ). Anderzijds had technologie ervoor gezorgd dat CV ketels en auto’s steeds langer meegingen, waardoor er ‘ geen droog brood’ meer mee te verdienen was. Er moest iets geheel nieuws worden bedacht Innovatie gaat niet over verbeteren maar vervanging van het voorgaande ! In het kader van de energietransitie wordt daarom de warmtepomp aanbevolen als een CO2 neutraal en zuinig apparaat , ter vervanging van de CV-ketel en de elektrische auto als vervanging van de ICE-aangedreven auto. Om ervoor te zorgen dat alle Europeanen uiteindelijk de CV ketel vervangen en overgaan tot de aanschaf van een elektrische of ook waterstof auto, worden er wetten uitgevaardigd om de consument daartoe te dwingen.  De industrie heeft geen andere keus dan daarin mee te gaan en het is vandaar dat in de marketing steeds vaker elektrische auto’s worden aanbevolen.   

  • Productiefactor:  de verhouding tussen het maximaal haalbare aantal draaiuren en het werkelijke aantal draaiuren van een productiemiddel. Centrales kunnen een productiefactor hebben van tegen de 100 %.  Windmolens en Zonnepanelen hebben een productiefactor van respectievelijk <50 % op zee en 11.4 %   

De moestuin

Ooit liet Jetta  Klijnsma – minister van Sociale zaken – zich ontvallen dat mensen maar een moestuintje moesten beginnen om zelfredzaam te worden.

Steeds meer beginnen mensen een moestuin . Vandaar de belevenissen van een moestuinder nog ’s op de LessWatts Post geplaatst.

Vorig jaar heb ik het hier ook eens geprobeerd: zo ’n moestuintje. De oogst bestond uit een krop sla van een vierkante meter,  twee maaltjes rode bietjes en enkele bosjes radijs. De bietjes smaakten erg goed. Dat wel.

Vroeger, toen ik nog jong was ging ik op zaterdagen vaak mee met mijn vader,  die achter het beroemde kerkje van Kortenhoef ook een moestuintje had.  Als  jonge vent, met een nog soepele rug  en lenige spieren vond ik spitten een leuk klusje.   Ik spitte twee spaden diep in de zware veengrond,  waarbij de aangevoerde , met stro vermengde mest van de keuterboer verderop,  eronder werd gewerkt.  De uitdaging was om de  ‘voren’  recht te houden en het bedje  vlak.  Dat viel nog niet mee.  Dan kochten we zaaigoed en plantjes bij de legendarische familie Spaan, die aan de overkant van de ‘dijk’ een kwekerij had.  Vader zaaide en pootte  sla, worteltjes, bloemkool, andijvie, grote bonen en sperziebonen.  Vaak ging vader na het avondeten nog naar de tuin om te werken  en verder natuurlijk elke zaterdag.   En dan kon er na een paar maanden worden geoogst.  We aten ons een ongeluk aan de spinazie, andijvie , bloemkool en worteltjes.  Maar er was zoveel dat we het niet allemaal opkonden en binnen de kortste keren schoot de andijvie door en rotten de worteltjes weg in de grond.  Als de sperziebonen aan de beurt waren aten we wekenlang sperziebonen. En niet alleen wij .  De hele straat at dan sperziebonen en grote bonen.  zoveel  was  het.   “Wat eten we vandaag mam ? ” was een overbodige vraag.

Ik weet niet hoelang mijn vader het nog volhield met die tuin,  want wij waren inmiddels verwikkeld geraakt in de bekende ‘generatiekloof ‘,  maar ik neem aan dat  mijn ouders  er al gauw achter kwamen dat  bij Pietje Raven, de bekende Kortenhoefse groenteboer, de groenten goedkoper waren dan die van eigen tuin.  Had het nog wel zin om de rug krom te werken op de tuin op de nog maar net verworven vrije zaterdag?

Zelf heb ik het na een seizoen ook voor gezien gehouden en de tuin weer aan de natuur teruggeven, zeg maar.  Alleen het hoognodige werk doe ik om te voorkomen dat het geheel wordt overwoekerd.   Zo,n tuin vormt een perfecte habitat voor vogels en allerlei andere beestjes,  van de merel tot  winterkoninkje en egeltje.  Zelfs een spechten – paartje streek  hier neer  in de Cornoeljeboom en verder komt regelmatig de buurtpoes langs op inspectieronde naar spitsmuisjes, die dat zelden overleven. De bladeren van de kastanje laat ik liggen,  zodat de merels er in de winter en voorjaar hun voedsel onder kunnen vinden.

Ik denk dat de opmerkingen van Jetta Klijnsma een  ‘ slip of the tongue’  zijn geweest. ( of toch niet )

Ondanks alles blijft tuinieren natuurlijk een erg prettige en ontspannende  bezigheid en geeft het telen van eigen groente veel voldoening.