het einde van de vooruitgang

Innovatie in het kader van de energietransitie : het einde van de vooruitgang

Stel: dat je een land zou bouwen vanaf van het begin.   1) Zou je dan huizen bouwen met zoveel mogelijk materialen of zo min mogelijk; met zoveel mogelijk installaties of zo min mogelijk en met zoveel mogelijk afval of met zo weinig mogelijk. En 2)  Zou je dan auto’s bouwen die zoveel mogelijk kilometers afleggen per eenheid brandstof of juist zo weinig mogelijk. En 3) zou je de elektrische energievoorziening ontwerpen vanuit het streven naar de hoogst haalbare efficiëntie of de laagst haalbare en 4) zou je streven naar een hoge productiefactor* of naar een lage productiefactor en 5 ) zou je het milieu en natuurlijke bronnen beschermen of zou je ze uitputten en 6) Zou je gebruik maken van de Best Available Techniques (BAT) of The Worst Available technique  (WOT)   

In het schema in de kop de configuratie van de energietransitie en hierboven die van het pré energietransitie-tijdperk. In een elektrisch circuit speelt de wet van Kirchhoff de hoofdrol. Die zegt dat op alle knooppunten in het circuit de som van de stromen nul moet zijn.   

Dat in het kader van de energietransitie nu de configuratie wordt gebouwd zoals weergegeven in het eerste schema, komt, omdat in het huidige tijdperk van het post- energie optimum, het woord ‘innovatie’ zijn intrede deed. Geheel in lijn met de toegepaste semantiek in de energietransitie waar eerder al verspilling’ -‘duurzaam ‘ ging heten en ‘inefficiëntie ‘ – efficiëntie , zoals je uit de verschillende schema’s al kunt begrijpen. In de techniek geldt doorgaans het adagium ‘keep it simpel stupid ‘, want alles wat niet direct bijdraagt aan de werking van een apparaat of in dit geval energievoorziening , kan bijdragen aan storingen en verlaagt het overall rendement in de keten.

Tot de energietransitie zijn intrede deed waren technologische verbeteringen altijd de drijvende kracht geweest achter de vooruitgang.  Een voorbeeld daarvan is de geiser, waarmee, na de uitrol van het unieke Nederlandse gasnet in 1963, in vrijwel alle huizen warmwater werd bereid. Dat was toen al een enorme vooruitgang ten opzichte van het koken van water in een keteltje. Een simpel apparaat dat bestond uit een gasbrander waaromheen een koperen buis was gewikkeld. Daar stroomde dan het koude water doorheen dat zo werd verhit. Het was een zeer inefficiënt apparaat omdat het grootste gedeelte van de warmte verdween in de ruimte. ( in het begin de keuken in ).  Dankzij verbeteringen op het gebied van materialen, verbeterde giettechnieken, verbrandingstechnieken en een elektronische besturing, werd uiteindelijk de CV –ketel geboren, die 100% van de brandstof omzet in warmte.  Een CV ketel is aldus een heel goed voorbeeld van hoe technologische ontwikkelingen leidden tot energiebesparing.  Was het in deze tijd ontwikkeld geworden, dan zou het aangekondigd zijn als een wonder van techniek, maar het bestond al, net als brandstofmotoren (ICE’S ) en dát was nu het probleem: CV ketels en auto’s waren zó goed geworden dat er ‘geen droog brood’ meer mee te verdienen viel. Men moest men een truc bedenken om consumenten aan te zetten die ‘ouderwetse’ CV ketel en auto te vervangen .

In het kader van de energietransitie wordt daarom de warmtepomp aanbevolen als een-innovatief- CO2 neutraal en zuinig apparaat, ter vervanging van de CV-ketel en de elektrische auto als vervanging van de ICE-aangedreven auto, maar de warmtepomp kan natuurlijk nooit de 100 % rendement overtreffen van de CV ketel en de elektrische auto nooit het rendement van een (ICE). Dat zou in tegenspraak zijn met de Wet van behoud van energie.

  • Productiefactor:  de verhouding tussen het maximaal haalbare aantal draaiuren en het werkelijke aantal draaiuren van een productiemiddel. Centrales kunnen een productiefactor hebben van tegen de 100 %.  Windmolens en Zonnepanelen hebben een productiefactor van respectievelijk <50 % op zee en 11.4 %   

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.